- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 356
HEKSEN
Een wereldgeschiedenis in dertien heksenprocessen, van de middeleeuwen tot
nu
auteur: Marion Gibson
non-fictie
uitgeverij Ambos/Anthos Amsterdam 2024
ISBN 978 90 263 6797 7
besproken door Gerda Sterk
XXX1/2
Wat is een heks? Als je denkt het antwoord te kennen, zal dat waarschijnlijk wijzigen
als je het voorwoord van Gibson gelezen hebt.
Je moet namelijk eerst weten wat magie is en "het antwoord daarop is afhankelijk
van tijd en plaats". Niet alle magie was overal slecht, maar in de middeleeuwen deed
een theologische wetenschap haar intrede: de demonologie. Al geloofden veel
mensen in het bestaan van demonen, kabouters, elfjes en allerlei bovennatuurlijke
krachten, demonologie stelde dat enkel de God van de christenen goede magie kon
beoefenen via zijn priesters en al de rest was des duivels. Niet alleen ketters
verdienden de brandstapel volgens de mannelijke geestelijken, maar ook
waarzeggers en helers (meestal vrouwen ) werden als verdacht beschouwd.
Het ergste wat dit boek aantoont, is dat hekserij - of correcter gezegd -
"heksenvervolging" helemaal niet de wereld uit is.
De Nederlandse vertaling bevat een voorwoord van Susan Smit, die non-fictie "De
wijsheid van een heks schreef". Zij ijvert als nationaal voorzitter voor een fysiek
monument ter nagedachtenis "aan de onschuldigen die als heks zijn aangewezen,
gemarteld, veroordeeld en ter dood gebracht" en waarvan 85 procent vrouw was in
het Europa van de 15de tot en met de 18de eeuw. De recente schattingen lopen
uiteen, maar gaan van 50.000 tot 100.000 slachtoffers.
Gibson behandelt deze historische moordpartijen van de middeleeuwen tot de
moderne tijd in drie delen. Het eerste deel omvat 6 processen tegen zogenaamde
heksen, die zich afspeelden in Europa, maar ook in het gekoloniseerde Amerika,
tijdens de Engelse burgeroorlog en in alle gebieden waar de blanke veroveraars de
inheemsen tot slaaf maakten. Deel II gaat over de heks als een metafoor voor de
onderdrukking van de vrouw tijdens de periode van de Franse revolutie tot het
midden van de 20ste eeuw in Europa, de Verenigde Staten en Afrika. In deel III
behandelt ze de moderne tijd: heksvervolging in Afrika en in Noord-Amerika en hoe
het begrip "heks" getransformeerd is. Voor hekserij in Afrika neemt ze een bekende
film als uitgangspunt. Wat Noord-Amerika betreft, herinneren we ons allemaal het
proces tegen Stormy Daniels. Donald Trump stelde en stelt zich in tweets
herhaaldelijk (379 keer) voor als een slachtoffer van "WITCH HUNT!".
Hoe Daniels en Trump gerelateerd zijn onder de noemer "heks", lezen we best in het
boek. De vertalers hebben zich de vrijheid veroorloofd om de uitslag van het proces
tegen Trump in een voetnota op te nemen, omdat dit nog niet geweten was op het
moment van verschijnen van het Engelse boek.
Helaas worden wereldwijd nog altijd "heksen" vermoord, zo besluit de auteur in haar
nawoord, en dat niet alleen in derdewereldlanden, ook in Saudi-Arabië en in Europa.
Lees haar laatste regel: "Voor wie geluk heeft is "heksenjacht" slechts een metafoor,
maar deze geschiedenis van heksenprocessen maakt wel duidelijk dat er voor
sommigen nog steeds reële bedreigingen bestaan om als heks vervolgd te worden."
Gibson schrijft soms eerder een academische tekst en dat maakt de lectuur bij wijlen
saai, hoe ze ook haar best doet om sfeer in het verhaal van de processen te brengen.
Ik kan dit evenmin gezellige lectuur noemen, want daarvoor zijn de feiten te
hallucinant. Al loopt bv. het eerste verhaal goed af voor de "heks" in kwestie, hier
verschijnt Heinrich Kramer ten tonele, de fanatieke monnik, die de auteur is van
"Malleus Maleficarum" (Heksenhamer), een boek dat een mijlpaal betekende in de
15de eeuw. Het verspreidde de demonologische ideeën en bracht een explosie van
heksenprocessen teweeg.
Dat Gibson een expert is in de kwestie en degelijk opzoekingswerk verrichtte,
daarvan getuigen de Noten, die vooral een boekenlijst zijn. De vele namen en
jaartallen in de tekst worden telkens ondersteund door een verwijzing naar de bron.
In het midden van het boek treffen we 16 bladzijden met foto's aan, die allemaal
verwijzen naar een onderwerp in de tekst. Een index is er in de Nederlandse uitgave
niet en die zou misschien ook niet veel uithalen, want de meeste namen van de
veroordeelde vrouwen kennen we niet meer. Ze illustreren de feiten, voor het eerst
bekeken door de ogen van de slachtoffers .
Marion Gibson is hoogleraar literatuur van de renaissance en magische literatuur
aan de universiteit van Exeter. Ze schreef al 9 wetenschappelijke studies over heksen
in de geschiedenis en de literatuur. "Heksen" is haar eerste boek voor een groot
publiek dat in het Nederlands vertaald is.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 441
LEVENDE STENEN
De kathedraal van Antwerpen
biografie
redactie: Albrecht De Preter & Guido Vanheeswijck
non-fictie
uitgeverij Ertsberg 2024
ISBN 978 94 6475 088 1
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
Een biografie gewijd aan een gebouw? Ja, dat past bij de titel, bij de getuigenissen en bij de hymne Urbs Jerusalem Beata, die een kerk voorstelt als een voorafbeelding van het hemelse Jeruzalem: "Tot Zijn eer zijt ge uit stenen die zelf leven opgebouwd door God de Heer".
De redacteurs verklaren in de inleiding dat deze woorden geïnspireerd zijn door de eerste brief van Paulus en ze besluiten: "Het zijn niet de fysieke stenen die de kerkgemeenschap vormen, maar de door mensen tot leven gewekte stenen".
Daarmee is de toon gezet: het merendeel van de auteurs is christelijk geïnspireerd. Ze verhalen niet alleen de geschiedenis van de kathedraal, ze willen ons doen nadenken over de diepere betekenis ervan.
Het merendeel van de bijdragen gaat over de geschiedenis van de Onze-Lieve-Vrouw kathedraal van Antwerpen. Het eerste hoofdstuk gaat zelfs eerder over de kerstening van Vlaanderen, waarmee de beelden van Amandus en Eligius aan de hoofdingang verklaard zijn. In 1124 stond er al een kerk, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, een bedevaartsoord of iets met Romaanse allures: het is moeilijk om feiten van fictie te onderscheiden, zoals we lezen in hoofdstuk 3. Als startdatum van de gotische kerk wordt 1352 naar voren geschoven. De werken duurden tot 1521 en ze zijn eigenlijk niet meer gestopt, zoals we in de andere hoofdstukken kunnen lezen.
Hoofdstukken houden zich veelal bezig met feiten. Ze worden gevolgd door "reflecties", waarin plaats is om na te denken over de feiten. Ze zijn allemaal anders geïnspireerd. Zo doet de eerste reflectie van de Nigeriaanse missionaris Ikeobi een beetje denken aan een politiek programma, met woorden als "kerygma, apostolische exhortatie" en het veelvuldig gebruik van het woord liefde, terwijl reflectie 3 ons echt kritisch doet reflecteren over de almacht van God en over "het vele werk ( verschillende eeuwen om precies te zijn!) en dito kosten die met de constructie van een religieus gebouw gepaard gaan."
Hoofdstuk 4 besteedt dan weer aandacht aan het samengaan tussen het historisch-architectonische en het theologische, want een kerk wil voornamelijk de mens dichter bij een transcendente God brengen. De Preter verklaart waarom gotische kerken baden in het licht, met als voornaamste reden: "God is licht". In de reflectie op dit hoofdstuk toont Van Ballegooijen aan dat ook "een kapel in een boerengat als Wachendorf weleens even dicht bij de kern van het evangelie komt". Een auteur als Kristof Smeyers kende ik van zijn boeken over de raaf en de wolf, maar hij schrijft niet alleen over fauna en flora, maar ook over folklore. Hij is dus dé man om het over het volksgeloof in de schaduw van de kathedraal te hebben. Saskia van den Kieboom is een stafmedewerker voor gezinspastoraal. In haar reflectie op dat volksgeloof getuigt ze vol overgave van haar geloof in God. Ze ziet in de diversiteit van de gemeenschappen eveneens getuigenissen van geloof in God, wat prachtige nieuwe inzichten geeft en nieuwe moed. In Reflectie 10 is Azzouz aan het woord, een moslim, die over het belang van de Maria-figuur in de islam schrijft. Jan Dewilde schrijft een lang - voor wie geen muziekkenner is - soms moeilijk te volgen hoofdstuk over de rol van de muziek in ons leven en dus niet alleen voor misvieringen in de kathedraal. Dit hoofdstuk wemelt van namen en data. Ook de werken die hij in de bibliografie opgenomen heeft, vormen een indrukwekkende lijst, maar nog niet zo lang als de lijst die Mannaerts nodig had om aan te tonen wie er allemaal een plaats kreeg in de kathedraal en zelfs eiste: gilden, ambachten, rijke families, voorname geestelijken, enz... Niet alleen een plaats was belangrijk, maar ook en vooral welke plaats! Welk schilderij sierde hun altaar? Stonden ze duidelijk op de glasramen? Johan Bonny is bisschop van Antwerpen en schrijft - uitnodigend, niet dwingend - een mooie reflectie over het organisch geheel dat de kathedraal vormt. De redacteurs breken een lans voor een meer algemeen gebruik van dit mooie gebouw. Guido Vanheeswijck mag afsluiten met een lichtende boodschap.
Achteraan vinden we een uitgebreide bibliografie per hoofdstuk en een korte, alfabetische voorstelling van de auteurs.
In het midden zijn kleurenfoto's opgenomen, die horen bij een paragraaf uit één van de teksten. Om de zoveel bladzijden staat er een zwart-wit foto. Daarop zien we details uit de kerk, maar ook afbeeldingen van bezoekers, met opvallend veel foto's van vrouwelijke toeristen, opvallend, omdat ze tot op vandaag een tweede viool spelen in "de godsdiensten van het boek".
De lectuur nodigt uit tot een nieuw bezoek aan de kathedraal, gesterkt met een boel informatie over wat de geschiedenis uitdrukt en wat die aspecten vandaag nog betekenen. Het zeer mooi uitgegeven boek, waaraan ook De Kathedraal meewerkte en de Provincie Antwerpen, is geen lectuur die je even doorleest. De inhoud doet nadenken.
Op 30 september 2024 gebeurde de presentatie van het nieuwe boek - heel toepasselijk - in de kathedraal zelf, met toespraken en met muziek. Iedereen mocht het bijwonen, want tegenwoordig wordt de kathedraal dus ook gebruikt voor evenementen. De pastoor, Bart Paepen, was de eerste spreker, gevolgd door Luk Lemmens, gedeputeerde van de provincie Antwerpen. Na de toespraken volgde een receptie. Ik heb Karel Drabbe al een paar keer gefeliciteerd met de keuze van de locaties van zijn boekvoorstellingen, maar dit uitzonderlijk kader sloeg alles!
Dit staat op de site van De Kathedraal en sluit volledig aan bij de geest van het boek:
Huis van God
De faam van de kathedraal van Antwerpen is niet overdreven. Het is een van de meesterwerken van de gotische architectuur.
Meer dan een historisch monument is deze kathedraal in de eerste plaats het Huis van God en verblijfplaats van mensen.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 424
GEEN PANIEK
EN ANDERE VERHALEN
auteur: Lee Child
fictie
uitgeverij Luitingh-Sijthoff bv, Amsterdam 2024
ISBN 978 90 210 5158
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
We kennen Lee Child van zijn romans vol actie met als hoofdfiguur de onvervaarde Jack Reacher. In deze verhalenbundel is Reacher volledig afwezig, maar de actie en onverwachte plotwendingen zijn gebleven.
Interessant is het voorwoord van Lee Child, waarin hij het heeft over het schrijven van korte verhalen in vergelijking met romans: verhalen leveren bv. geen geld op, wat zijn Reacher-romans wél deden. Hij schrijft liever korte verhalen, al overschat hij de kwaliteit van zijn eigen werk niet.
Ik - als lezeres - vond deze verhalen uitmuntend. Alles was er: de verhalen die allemaal eindigen op een andere manier dan ik verwachtte, de actie, weinig helden, de slechteriken. Af en toe komt hij filosofisch uit de hoek: 'Je krijgt niet iets in de schoot geworpen omdat je een goed mens bent, maar omdat andere mensen slecht zijn. En dom." Dit is een citaat uit het titelverhaal. Als lezer denk je dat er een redelijke mens aan het woord is, tot je leest hoe het afloopt. Ik bespeur ook meer humor van elke soort. Op p. 69 lees ik een zeer sarcastische inschatting van de politie van San Francisco: "... even goed of even slecht als elk ander politiekorps... eervol, ijverig,...lui en defensief, corrupt tot op het bot, grof en gewelddadig. Met andere woorden: in elk opzicht normaal". Of dit soort cynische humor, uitgesproken door een huurmoordenaar: " ... dan vraag ik meer dan wanneer een meisje uit de buurt op zoek is naar een snelle, bloederige oplossing voor haar huwelijksproblemen". Of gewone humor, als hij het over de Metropolitan Police heeft: "Toen ik bij de plaats delict aankwam, trof ik dus een redelijk geslaagde imitatie van een rondreizend circus aan". Ik kom ook meer scheldwoorden tegen: "Achterlijk. Hij was getikt, gestoord, spastisch, geschift, schizofreen, een mafklapper, een freak", "de dikke trut uit Essen". Er zit vaart in de verhalen: als je in de romans regelmatig leest hoe Jack Reacher zijn koffie graag drinkt of aan een hartig ontbijt aanschuift, dan valt het op dat die details hier ontbreken. In de plaats komen de overpeinzingen over de mens, de politiek, het leven, ...
De verhalen nodigen niet uit om het hele boek in één trek uit te lezen, wat bij de romans van Child wél het geval is. "De korte verhalen hebben een begin, een midden en een eind. Er gebeurt iets verrassends. Of er komt iets aan het licht.", schrijft hij in de inleiding en "Mijn korte verhalen zijn heel, heel, heel korte boeken".
Hij vertelt in korte, directe zinnen. De vertaling heeft veel Engelse woorden behouden.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 375
SLAPEN ONDER DE STERREN IN EUROPA
auteurs: Zoë Agasi & Olivier Van Herck
non-fictie
uitgeverij Kosmos 2024
ISBN 978 90 4393 433 6
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
Toen ik dit boek opensloeg, begon ik direct te dromen. OKÉ, ik ben wat te oud om nog wild te kamperen, maar die keer daar aan dat meer, iets ten noorden van Ushuaia in Argentinië, dat vergeet ik nooit meer!
En de mooie foto's in het boek, ook die dragen bij tot dagdromen. Ik wil maar zeggen: je moet geen jonge avonturier zijn om van dit boek te genieten.
Natuurlijk is het geschreven om te gebruiken: Zoë en Olivier steken van wal met 10 redenen om wild te kamperen en het sparen van geld is niet eens het voornaamste. Maar wat is het eigenlijk, wildkamperen? Ook dat wordt uitgelegd. En wat als je denkt in een verlaten bos je tentje te hebben opgezet, maar te laat merkt dat je eigenlijk aan een wandelweg zit. Is dat erg? Neen, het leidt zelfs tot interessante gesprekken. Het tweetal geeft wel raad: stel je bescheiden op en vertrek onmiddellijk als je niet welkom bent.
Noorwegen is een ideaal land om onder de sterren te gaan slapen. Het is bijna overal toegestaan om je tentje neer te zetten midden in de prachtige natuur. IJsland is een enorme toeristische trekpleister geworden en met reden: " een fantastische plek om op avontuur te gaan in een landschap dat je nergens anders in Europa vindt". De overheid heeft moeten ingrijpen. De auteurs vertellen je waar en wanneer het nog wél mag en wat hun favoriete plek is.
In Frankrijk is "in theorie het wildkamperen niet verboden, maar er zijn zoveel regels dat het eigenlijk op de meeste plekken wel verboden is". Olivier en familie fietsten van Maastricht naar Saintes-Maries-de-la-Mer en vonden overal een plek, vooral in kleine dorpjes bij de kerk of naast het voetbalveld. Zweden, Schotland, Spanje, Denemarken passeren de revue en - tot mijn verbazing - ook België en Nederland. Wildkamperen is in heel België verboden, maar er zijn toch bijna 30 bivakzones en er is een on line platform waar je bijna 3000 tuinen aantreft waar je voor één nacht de tent mag opzetten. De auteurs volgden de langeafstandswandelroute van Diest naar Geraardsbergen. Hun favoriete plek is Troostembergbos. Het laatste land is Nederland. Vrij bivakkeren is nergens toegestaan, maar de twee onthullen voor de lezer(es) de mazen in het net en ook dat de toestemming van een vriendelijk boer volstaat.
Tussen de hoofdstukken over de landen door, geeft het duo nuttige tips. Het is belangrijk dat je de slaapplaats inspecteert, dat je kan voorzien in je basisbehoeften, dat elk seizoen zijn voor- en nadelen heeft, dat alleen kamperen iets heel anders is dan met twee, enz... Soms is het Olivier, dan weer Zoë die de bijdrage met persoonlijke anekdotes schrijft, soms beiden. Zoë schrijft bv. over die eerste keer dat ze als jonge vrouw alleen kampeerde en de schrik die ze toen voelde en moest overwinnen.
Zeer nuttig vind ik de basispaklijst voor een wildkampeertocht. De woordenlijst legt woorden als "cathole" uit.
Het is niet hun eerste publicatie en als je wil, kan je met hen mee op een unieke tocht door Noorwegen in de winter. De boodschap van dit boek: stap uit je comfortzone en ontdek de kracht van de natuur en die van jezelf!
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 427
Het intense geluk dat een huisdier een mens kan brengen
auteur: Cédric Sapin-Defour
non-fictie
uitgeverij ambo | anthos 2024
ISBN 978 90 263 6752 6
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXXX
Is het een verhaal over een hond of een biografie, is het een filosofische benadering van de liefde of een dichterlijke beschouwing over leven en dood? Dit boek is het allemaal en méér!
De dag dat de auteur de Berner sennenpup in zijn leven toelaat, verandert alles: de liefde voor de hond is er onmiddellijk, zijn geluk groeit, maar ook zijn bezorgdheid, o.a. omdat hij weet dat dit ras geen lang leven beschoren is. Als hij het diertje gaat kopen, lijkt het alsof de pup hém uitkiest in plaats van omgekeerd. Hoe en waarom hij de naam "Ubac" bedenkt, lijkt evenmin toevallig: zoals Sapin-Defour het beschrijft is het een avontuur op zich!
Sapin-Defour is een alpinist en schreef al eerder over de band tussen mens en natuur. In dit boek toetst hij deze gedachten aan een voorbeeld: de verstandhouding tussen twee zoogdieren. Hij past zijn dagelijkse wandelingen aan aan de leeftijd van de hond. Hij komt tot de conclusie dat hij zelfs zijn omgang met medemensen laat leiden door Ubac. Heel mooi beschrijft hij hoe hij de knappe Mathilde in zijn leven toelaat en ja, het enthousiasme van Ubac en de duidelijke aantrekkingskracht tussen die twee, zorgen ervoor dat Mathilde en hij tenslotte gaan samenwonen. Vanaf dan is de wij-vorm heel gebruikelijk. De beschrijving van hun gelukkig verliefd leven is zowel realistisch als romantisch.
Omdat ze allebei werken (hij is sportleraar), en Ubac lange tijd alleen moet blijven, groeit de gedachte aan gezelschap voor de Berner sennenhond. Uiteindelijk worden twee honden toegevoegd. De openbloeiende liefde tussen de drie honden en de twee mensen wordt poëtisch beschreven: "mezelf bedekken met hun stekelharen bezorgt mij en de hele dag de mildheid en de energie die nodig zijn om de wereld toe te laten en af te weren"
In het eerste deel van zijn boek beschrijft Cédric hoe de hond in zijn leven komt en wat die daar allemaal verandert. In het tweede en grootste deel komen Mathilde, een labradorteefje en een dochter van Ubac de roedel (zoals hij zijn gezin noemt) vergroten. Hij heeft het dan vooral over de liefde en het geluk, die het samenleven meebrengt. Het derde deel is gewijd aan het afscheid: "aan de dood die het leven zin geeft". Met innig meeleven wordt de ziekte van Ubac beschreven. De twee andere honden vertonen een invoelingsvermogen dat we"menselijk" zouden noemen. De hele roedel heeft tijd nodig om het gemis te verwerken, de mensen wenen tranen met tuiten, maar tenslotte lukt het om de mooie herinneringen te laten primeren op het verdriet.
Doorheen het hele boek maken we kennis met allerlei dierenartsen, die soms letterlijk het leven van Ubac redden.
Het is geen boek dat je tussendoor eventjes uitleest en dat heeft verschillende redenen, waarvan de eerste ongetwijfeld de soms moeilijk toegankelijke stijl van Cédric is. Ik heb verschillende zinnen moeten herlezen om te begrijpen wat hij bedoelt. De tweede reden sluit hierbij aan: het loont altijd de moeite om te herlezen: er is zoveel dat je doet nadenken! Ik geef wat voorbeelden, maar er zijn er tientallen! "Geniet, dat woord dat zo hevig het leven ontkent". Over de liefde: "dat iemand van je houdt is genoeg om je veilig te voelen", "dat liefde die je bagatelliseert tijdloos wordt door het toeval te gebruiken", "Wat is liefhebben nog meer als het niet niet-meer-alleen-zijn is?" Om de tien bladzijden of minder wijdt hij een bedenking aan liefde en geluk: "geluk is een kunst van het kleine". Het zijn belangrijke facetten van een mensenleven, maar een hond lijkt liefde en geluk te verpersoonlijken. Genieten van het hier en het nu, is o.a. wat Ubac aan zijn baas leert. Soms stinkt Ubac naar een hond (zijn geur na de regen), op andere pagina's lezen we hoe twee wezens gewoon van elkaar houden
Bekijkt hij de gedragingen van de dieren vanuit een menselijk standpunt? Natuurlijk, hij kan niet anders. Tegelijkertijd leeft hij zich in in wat er zich afspeelt in het hondenbrein en verbindt dat soms met het menselijk verstand.
Wie hier de hoofdfiguur is, is niet duidelijk en het heeft geen belang. Ik vond op zowat elke pagina een zin die ik wil onthouden. Ik geef u een laatste voorbeeld op p. 83: hij heeft het over wandelen in het gezelschap van een hond: "Het is zelfs niet een kwestie van de tijd doorbrengen, het is zijn in de tijd".
Je hoeft niet van honden te houden om te genieten van het boek. Houden van het leven zoals het is (lees op p. 145 waarom Ubac routine helemaal niet saai vindt!) en erover nadenken, dat is wél nuttig.
De vertalers lijken goed werk gedaan te hebben: ze moesten dikwijls kiezen tussen alledaagse Franse woorden en dichterlijke taal.